Medelijden met de duivel
Op klaarlichte dag wordt Sara Hirsch in haar eigen winkel in de chique PC Hooftstraat doodgeschoten. Alles wijst op een brute overval, maar al snel heeft Inspecteur Hofman door dat er veel meer aan de hand is. De beste vriendin van Sara, Isabel, denkt dat de moord op Sara te maken heeft met een oude geschiedenis tussen haar familie en die van Sara. Iets wat zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld…
Deze vlot lezende thriller met een gelaagde plot is geschreven voor lezers die van een uitdaging houden.
320 pagina's
Lees Proloog
6 maart 1987
Het rook naar zilte zee, naar benzine en motorolie op het onderste oprijdek van de veerboot. De avond viel snel. Luidsprekers riepen onverstaanbare berichten om. Motoren stampten zo hard dat het schip meetrilde. De veerboot had de haven van Zeebrugge met hoge snelheid verlaten. Alsof de duivel hem achtervolgde.
Een vrouw keek om zich heen. Uit het niets maakte een onbestemd gevoel zich van haar meester. Haar geweten begon te spreken. Ze liep weg bij haar wagen, het schaars verlichte ruim in. Ze wilde haar geweten bij haar auto achterlaten, maar het liep met haar mee. Je zit helemaal fout, zei het, met dat belerende toontje dat het geweten heeft.
Ze dwaalde tussen de auto's. De ijzeren vloer was nat. Ze keek naar de plek waar gesloten boegdeuren het zeewater buiten moesten sluiten. Ze zag een gapend gat, in de verte de lichten van Zeebrugge. De man die de boegdeuren moest sluiten was niet te zien.
Het zeewater stroomde zo snel naar binnen dat het oprijdek binnen de kortste keren volledig onder water zou staan. Haar hart klopte in haar keel. Dit ging fout. Ze liep naar een man die bezig was zijn auto te starten. Ze wees naar het water. Hij wuifde haar bezwaren weg. Ze liet zich geruststellen, terwijl schuimend water tegen haar kuiten sloeg.
Ze wilde naar het bovendek, daar zou het droog zijn. Ze waadde naar de trap die naar de bovendekken leidde. Het water stootte tegen haar knieën. Ze verloor haar evenwicht en schreeuwde toen ze viel. Ze ging kopje onder en hoorde een ruisende stilte.
In een fractie van een seconde keerde het schip zich op zijn zij. Auto's vlogen als speelgoed over het oprijdek. Hoge golven rolden nietsontziend door het ruim. Het water sloeg haar alle kanten op. In paniek sloeg ze terug, trapte ze met haar benen tegen het water dat toegaf en haar losliet. Ze greep een leuning. Tot haar ontzetting zag ze dat de trap die haar naar boven had moeten leidden horizontaal lag.
Was dit haar straf? Moest ze verdrinken in dit boze water omdat ze graag rijk wilde zijn? Haar hand verloor zijn greep op de leuning. Water drong zich naar binnen en ontnam haar haar adem. Haar hart bonkte in haar borstkas. Lucht moest ze hebben. Lucht! Ze wilde zwemmen, maar ze had geen controle over haar ijskoude lichaam.
Ze botste tegen iemand aan. Een slachtoffer van de dood. Het loden gewicht van een levenloos lichaam trok haar mee onder water. Een dolende hand wrong zich tegen haar gezicht. Ze duwde die hand weg met een even machteloos gebaar. Vroeg of laat word je gestraft, zei haar geweten, terwijl het ontzielde lichaam haar mee trok. Ze vocht, kwaad op dat geweten dat zelfs nu zijn kop niet hield. Ze opende haar mond om lucht te krijgen, maar er was geen lucht meer. Alleen water.

